Strip Turnhout


Folies Bergère (Zidrou & Francis Porcel)

Verdun, 1918. Het begin van de lente. De mannen van de 17de compagnie infanterie hebben hun deel van de loopgraven Folies Bergère gedoopt, naar de Parijse revuezaal. Want als die klote-oorlog gedaan is, gaan ze daar een feestje bouwen. Maar dan moeten ze hem wel eerst overleven natuurlijk…

Een grote verhaallijn zit er niet in ‘Folies Bergère’, we volgen een groepje soldaten dat tot elkaar veroordeeld is. Allemaal proberen ze op hun manier met hun angst om te gaan en zo niet finaal door het lint te gaan. Scenarist Zidrou slaagt er met die losse flodders toch in om een overdonderend beeld te schetsen van de Eerste Wereldoorlog. Tekenaar Porcel laat de gruwel doorsijpelen door te werken met een opvallend klein en grauw kleurenpalet.

Wij dachten altijd dat ‘Loopgravenoorlog’ van Tardi de meest indrukwekkende oorlogsstrip zou blijven. Maar met deze ‘Folies Bergère’ krijgt hij er nu wel een stevige concurrent bij. (WA)


Zidrou & Francis Porcel
‘Folies Bergère’, Dargaud, 92 blz., €19,95.

22 September 2015, 15:30 admin

Wildvlees (Wide Vecnocke)

De weg van alle vlees

Het lichaam staat centraal in het werk van Wide Vercnocke. Ook in ‘Wildvlees’, zijn eerste striproman.

En het hert werd man. In het midden van zijn tweede strip tekent Wide Vercnocke de transformatie van hert tot man, zoals hij in zijn eersteling, ‘Mijn muze ligt in de zetel’ (2012), tekende hoe een vrouw tot hond werd. Er zijn wel meer gelijkenissen te vinden tussen de twee strips: de herhaalde, verstilde beelden van rustende, verveelde of onwennige personages, fantasieën over lichamelijke wonden en weefsel, en ook de befaamde zetel komt nog eens in beeld. Maar waar ‘Mijn muze’ een verzameling van kortverhalen en gedichten was, is ‘Wildvlees’ een langer verhaal met weinig woorden maar sterke beelden.

Het verhaal wordt gekaderd in close-ups van een aangereden hert, waarbij de tekenaar inzoomt op het kronkelende vlees en bot in de diepe wonde. Die pregnante beelden zijn de aanzet tot een magisch-realistisch verhaal over de ontmoeting tussen een bronstig hert en een eenzame, naar liefde verlangende vrouw. De vrouw omhelst het burlende hert, maar wordt weggestuurd door een jager. Uit pure lust transformeert het hert tot een knappe man die op zoek gaat naar de vrouw in Brusselse cafés. De twee vinden elkaar, maar het vrijen loopt slecht af. Het hert in de man komt terug – heel aanschouwelijk richt het gewei zich als een penis op uit het warrige haar van de man – en vlucht weg. In een overgangsscène met grafische associaties tussen wolken, droombeelden en lichtstralen kunnen hert en man van elkaar scheiden. Een gigantisch litteken in de schouder van de man herinnert nog aan zijn vroegere dubbel.

In deze striproman kan je betekenis vinden over lust en verlangen, maar de auteur dringt niet aan op een duidelijke uitleg. Het verhaal wordt meer bewogen door beelden. Doorheen het hele boek zijn er mooie, trage en repetitieve sequenties van de verveelde routine van de eenzame vrouw, de krachtpatserij van het burlende hert of de vrijpartij die zo vreemd eindigt. Vercnocke toont weinig decor, gebruikt een beperkt kleurenpalet, en tekent vrij statische personages, maar weet in die minimaliteit krachtige, zinnelijke lichamen neer te zetten. De tekeningen staan op zich en verraden telkens de volgehouden blik van de auteur die zijn fantasie op gang laat komen door wat hem fascineert aan het menselijke of dierlijke lichaam.(CB)


Wide Vercnocke
‘Wildvlees’, Bries, 80 blz., €19.

22 September 2015, 15:23 admin

Moemin. De complete stripreeks van Tove Jansson: deel 1 (Tove Jansson)


Al in haar jonge jaren tekende ze witte, mollige trollen met een dikke neus. Eind jaren 40 zouden die trollen wereldberoemd worden als de Moemins. Bijna haar hele leven lang bleef de Fins-Zweedse Tove Jansson (1914-2001) verhalen over die even vreemde als hartverwarmende trollenfamilie verzinnen. “Je voelt een koude wind rond je benen waaien als je de Moeminvallei verlaat”, gaf Jansson ooit toe.

“Toen ik nog erg jong was en bij mijn oom in Zweden logeerde, ging ik ’s nachts wel eens wat eten halen uit de provisiekast. Mijn oom maakte me dan wijs dat er Moemintrollen zaten die me in de nek zouden springen – ze woonden achter de tegelkachel in de keuken”, vertelde Tove Jansson wanneer haar gevraagd werd waar de Moemins vandaan kwamen. “Hun uiterlijk baseerde ik op een boomstronk in het woud bedekt met sneeuw, die ook als een grote witte, ronde neus naar beneden hing.”

Tove Jansson was de dochter van een kunstenaarsechtpaar: haar vader was beeldhouwer, haar moeder schilderde en was vooral als illustratrice actief. De grote droom van haar vader was dat ook zijn dochter kunstenaar zou worden, en al op jonge leeftijd kreeg ze dan ook alle denkbare kansen om te tekenen, te schilderen en te schrijven. Met resultaat. Eerst hielp ze haar moeder bij haar illustratiewerk, maar vanaf haar 18de publiceerde ze onder eigen naam, en studeerde ze schilderkunst, ook in Parijs, waar ze gedegouteerd geraakte van de hooghartige en snobistische sfeer aan de academie.

Vanaf 1938 begon Jansson, terug in eigen land, voor het satirische blad Garm te werken, ze maakte cartoons waarin ze de draak stak met Stalin en Hitler. Die tekeningen signeerde ze onderaan met een rond figuurtje, een witte trol die enigszins aan een nijlpaard deed denken en die ze min of meer als haar handtekening beschouwde. Een paar jaar later, toen ook Finland een strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog was geworden, begon ze verhalen over dat mannetje en zijn familie te schrijven en te tekenen – om aan de dagdagelijkse realiteit van bombardementen en veldslagen te ontsnappen. Moem en zijn familie, de Moemins, wonen in de Moeminvallei, en beleven bepaald surrealistische avonturen. In de naoorlogse jaren zou Jansson met die prentenboeken nagenoeg heel Scandinavië veroveren, en al heel snel werden er ook strips en zelfs theatervoorstellingen rond de figuurtjes gemaakt – een multimedia-aanpak toen die term nog niet bestond. Jansson zelf hield daarbij alle touwtjes zeer strak in handen.

Ongedwongen

De grote internationale doorbraak kwam er vanaf 1954, nadat een Britse agent van Associated Newspapers Jansson had voorgesteld een krantenstrip rond de Moemins te maken. Op 20 september 1954 begon die te lopen in de London Evening News, en een paar jaar later waren kranten in meer dan veertig landen gevolgd. Het begin van een succesverhaal, dat er tot vandaag voor zorgt dat de boeken en de merchandising van de Moemins met pakweg Kuifje, De Smurfen of Winnie de Poeh concurreren. Uiteindelijk zou Tove Jansson 21 strips verzinnen, schrijven en tekenen, alvorens de reeks in handen van haar broer Lars te geven. De verhalen die ze zelf maakte werden de voorbije jaren in vijf prachtig vormgegeven boeken gebundeld door de Canadese uitgever Drawn & Quarterly. De Nederlandse stripuitgever Silvester start nu een vertaling, waarvoor de vormgeving van de Engelstalige boeken werd overgenomen.

Ook zestig jaar later is meteen bij een eerste lectuur duidelijk waarom die strip indertijd zo’n succes kende. Er wordt altijd wel op een of andere manier een avontuur beleefd, maar dat is in de wonderlijke wereld van de Moemins slechts bijzaak. Het gaat om de personages, om hun karakters en hun verbazend menselijke reacties en gedragingen. Ondertussen aanvaarden ze de meest onverwachte en onwaarschijnlijke gebeurtenissen en gedragingen als voldongen feiten, en gaan ze er op een heel vanzelfsprekende, ongedwongen manier mee om – zonder dat er iets wordt uitgelegd. Hoewel het Moemin-universum duidelijk stamt uit de wereld van sprookjes en fantasy (het is geen wonder dat Jansson ooit door haar Zweedse collega-schrijfster Astrid Lindgren werd aangezocht om De Hobbit van Tolkien te illustreren), toch doet de stripversie van Moemin qua sfeer sterk aan de Nero-strips van Marc Sleen denken, die in die tijd in de Vlaamse krant Het Volk verschenen. Het is geen toeval dat van zowel Sleen als van Jansson wordt gezegd dat ze in hun werk op het eerste zicht buitenissige personages opvoeren, maar dat hun verhalen toch een biografische inslag hebben. Zij het dan misschien niet in de feiten, wel op het vlak van gevoelens, spirit en (de licht anarchistische) wereldbeschouwing. “De impulsen en de noden van de schrijver zelf zijn essentieel als er iets geschreven moet worden, het bestaan van het lezende kind is dat niet”, schreef Jansson daar ooit over.

Kunst

Het succes van de strip was dermate groot, dat een en ander Jansson boven het hoofd dreigde te groeien. Dat had er ook mee te maken dat ze alles erg lang zelf bleef doen. Het werk aan de strip en de vele zakelijke beslommeringen stonden haar schilderwerk en andere literaire projecten in de weg. “Strips en kunst gingen niet samen. Ik weet het. En ik overdrijf niet”, zei ze. Toen haar broer de strip overnam, voelde het echt wel aan als een bevrijding. Ze wilde er niet te veel aan terugdenken, want het was een hels karwei geweest dat haar bijna een afkeer voor haar eigen personages had bezorgd. “Ik zou me net zo goed voorbije tandpijn kunnen herinneren.” Al schreef ze later ook in een brief: “Ik heb nergens spijt van en ik ben dankbaar voor de ervaring die ik door de strips heb opgedaan, zelfs al was het een tweesnijdend zwaard.”

Vanaf begin jaren ’60 nam Jansson steeds meer afstand van de Moemins, begon ze weer meer te schilderen en schreef ze kortverhalen die zich nadrukkelijk tot een volwassen publiek richtten. Ze trok zich het grootste deel van de tijd met haar levensgezellin terug op een eiland voor de Finse kust, ver van het gewoel. Tussendoor reisde ze de wereld rond, al was dat nog vaak om de Moemins te promoten. Zo trok ze naar Japan, waar de personages een grote schare fans bleken te hebben, en waar een animatieserie werd geproduceerd. Nadat de druk van de dagelijkse productie was weggevallen, liet ze zich alle eerbewijzen en huldigingen welgevallen.

En ondertussen werkte ze naarstig door. Ze schilderde, ze schreef, en af en toe tekende ze zelfs nog wel eens een van de Moemins. “Elk canvas is een zelfportret”, liet ze zich ontvallen, en ze schreef ook in een brief: “De eenzaamheid heeft honderd gezichten.” Wellicht zijn haar boeken, schilderijen en verhalen een levende getuige van die vaststelling, die de melancholie die onder alle sprankelende vrolijkheid en sprookjesachtigheid van haar werk sluimert, kan helpen verklaren.

‘Moemin. De complete stripreeks van Tove Jansson: deel 1′, Tove Jansson
Silvester, 96 blz. 19,95 euro



22 September 2015, 15:20 admin

Blast 4: En nu maar hopen dat de Boeddhisten zich vergissen (Manu Larcenet)

‘Ik ben een partizaan, geen handelaar’, orakelde de Franse stripmaker Manu Larcenet een paar jaar geleden nog met veel overtuiging in Stripgids. Als Larcenet praat, is hij wispelturig en impulsief: het ene moment ingetogen, een ogenblik later uitbundig en enthousiast. Zijn parcours als stripmaker is even eigenzinnig en grillig als zijn manier van praten. Hij maakte aanvankelijk vooral humoristische strips, en brak pas later in het Nederlands door met het vierluik ‘De dagelijkse worsteling’, over een fotograaf die met het leven worstelt en op zoek gaat naar de zin der dingen.

Toen Larcenet in 2009 met het eerste deel van ‘Blast’ kwam aanzetten, zal zijn uitgever zich wel enigszins achter de oren hebben gekrabd. Maar hij zal ook meteen geweten hebben dat het geen goed idee zou zijn Larcenet op andere gedachten proberen te brengen.

In dit geval moeten we dan zeggen: gelukkig maar. Bij het verschijnen van het derde deel vroegen we ons nog af waar het allemaal heen zou leiden, en of het niet allemaal wat over the top was. Nu het vierde en laatste deel van ‘Blast’ is verschenen, mogen we met recht en reden zeggen, na alles na mekaar te hebben gelezen: de meer dan 800 pagina’s die Blast uitmaken, vormen samen een meesterwerk. Compromisloos, gewaagd, gewelddadig, hard, ontregelend en donker. Larcenet staat grafisch op het toppunt van zijn kunnen, en maakt doorgedreven keuzes.

Centraal staat de zwaarlijvige Polza Mancini (150 kilo, quand-même), ooit een schrijver van vrij succesvolle kookboeken, die verhoord wordt door twee politieagenten. Wat er precies gebeurd is, wordt slechts geleidelijk duidelijk, maar ernstig waren de feiten blijkbaar alleszins. Een verlopen Mancini doet zijn ondervragers het relaas van zijn neergang, en vertelt hoe hij na de dood van zijn vader besluit om uit het maatschappelijk bestel te stappen. Heel bewust. Hij trekt zich in de natuur terug, maar dat blijkt niet zo gemakkelijk, vooral niet wanneer het koud wordt. En er is ook de eenzaamheid. ‘Vrijheid is een moeilijke en hachelijke ervaring’, zegt Mancini. ‘Je bent gedwongen jezelf te verloochenen en de banden met de maatschappij te verbreken. Weinigen zijn opgewassen tegen de innerlijke omwenteling die dit offer met zich meebrengt.’ Helemaal tot rust komt ook Mancini niet. ‘Alle welbehagen is tijdelijk’, zegt hij.

Altijd is hij op zoek naar momenten van onthechting, waarin hij aan zijn aardse leven ontstijgt. Die vindt hij in blasts, erg korte, euforische momenten van geluk en vrijheid in een ander, parallel universum. Meteen na de dood van zijn vader beleeft hij voor het eerst zo’n blast, het zijn de enige passages in deze strip die niet in zwart-wit zijn uitgevoerd. Alleen in een andere wereld heerst kleur, voor de rest regeert de meedogenloze kleurloosheid.

Donker expressionistisch zou je de tekeningen van Larcenet in ‘Blast’ kunnen noemen, en zijn schildering van een wereld waar je niet wil zijn zou moeten volstaan om grote afkeer voor de personages in het boek op te wekken. Vreemd genoeg gebeurt dat niet. Gaandeweg gedraagt Polza Mancini zich steeds dierlijker, en begint hij er ook meer en meer als een monster uit te zien – en toch koester je als lezer naarmate hij zijn verhaal vertelt steeds meer sympathie voor deze kolos en zonderling.

Meer dan 750 pagina’s lang luisteren we met de speurders naar het verhaal van de landloper, de schrijver wiens leven uit de sporen gelopen is. Het is een verbijsterend verhaal. Maar de echte ontknoping moet dan nog komen: in een soort epiloog schijnt plots een heel ander licht op het verhaal dat je net hebt gelezen. Het was van de film ‘The Usual Suspects’ uit 1995 geleden, dat we zoiets nog hadden meegemaakt.


Manu Larcenet
‘Blast 4: En nu maar hopen dat de Boeddhisten zich vergissen’, Oog&Blik/De Bezige Bij, 208 blz., €24,90.


22 September 2015, 15:26 admin

Green Arrow: Year one (Andy Diggle & Jock)

Een held met een rijk verleden als Green Arrow in een nieuw taalgebied lanceren, hoe doe je dat? De vrij jonge uitgeverij RW kiest ervoor om te beginnen met een boek over de ontstaansgeschiedenis, dat pas gemaakt werd toen de reeks in de VS al decennia lang liep. Het recept van ‘The Dark Knight’ van Batman dus.

Maar helaas valt ‘Year one’ toch wel erg licht uit. We lezen hoe miljonair Oliver Queen voor dood op zee wordt achtergelaten, en zich op een verlaten eiland omschoolt tot een soort Robin Hood. Waarom hij de stap zet van iemand die op zelfbehoud focust naar een reddende engel voor een onderdrukte groep eilandbewoners krijgt echter geen bevredigend antwoord. En daardoor mist deze introductie zijn doel.

Wat rest is een opeenvolging van actiescènes die qua opzet en dialogen in het verlengde liggen van knokfilms uit de jaren tachtig. In plaats van een echte introductie krijg je dus een middelmatig verhaal. Het zet helaas niet aan om verder in het verzameld werk van Green Arrow te duiken. (WLE)


Andy Diggle & Jock
‘Green Arrow: Year One’, RW uitgeverij, 144 blz., €17,95.



22 September 2015, 15:21 admin

Anima filmfestival 2020

22 February 2020, 09:40 Roel

9 Leuvense jongeren presenteren kortstrip in boek

12 February 2020, 20:59 Roel

Jeroen Janssen presenteert: ‘Spreekwoorden uit Rwanda’

10 February 2020, 14:39 Roel

Save the date: Grafixx Extd. 4

8 February 2020, 11:31 Roel

Hec Leemans, 50 jaar kampioen

29 January 2020, 18:01 Roel

Pirana overleden

20 January 2020, 20:51 Roel

Expo Simon Spruyt: De tempel ontheiligd

15 January 2020, 19:58 Roel


Het Lam Gods – Bewonderd en gestolen

2 February 2020, 20:39 Roel

Parijse primeur: standbeeld van René Goscinny

22 January 2020, 12:58 Roel

Tip: Festival van het geschreven woord

16 January 2020, 11:24 Roel

Welke toekomst voor het Belgisch StripCentrum?

13 January 2020, 20:57 Roel

Doorstart in 2020 voor Comics Station Antwerp

24 December 2019, 11:40 Roel
Sluit

Stripgids Nummer 6!

Met artikels over 20 jaar uitgeverij Bries, de (schrikwekkende) ontlezing bij pubers, de kijk van Zidrou op de jongste lichting aan St-Lukas Brussel afgestudeerde stripmakers, het beeld van ouderen in de strip, een kijk op 60 jaar avonturen van de Rode Ridder, de comeback van de ‘X-Men’, strips op Instagram, de jarige ‘Billie & Bollie’, een stevig dossier over de Italiaanse strip, een interview met Ulli Lust én een daverend katern van en met Serge Baeken. Er is ook nieuw werk van Steven Dupré, Céline Hudréaux, Gwen Stok, Sam Peeters en het debuut van Dieter De Schutter. En nog véél meer.

180 pagina’s leesplezier, vanaf eind oktober overal te verkrijgen.

Wil je het helemaal makkelijk maken? Neem dan een abonnement. Dan valt jouw exemplaar netjes in de bus en mis je geen enkel nummer.

Met een abonnement krijg je bovendien fijne verrassingen. Je leest het goed, verrassingen – meervoud.


Ontdek hier ons onweerstaanbare aanbod Naar de startpagina