Strip Turnhout


Kuifje. Uit de geheime archieven van Hergé (Michel Daubert)

Niks blijft hetzelfde in de wereld van Kuifje. Het mooie boek ‘Kuifje. Uit de geheime archieven van Hergé’ (dat een inkijk biedt in de collectie van het Hergé Museum in Louvain-la-Neuve) lijkt deel uit te maken van een koerswijziging bij de erfgenamen van de bedenker van de reeks.

Toen het boek ‘Kuifje. Uit de archieven van Hergé’ werd voorgesteld, was de Belgische pers massaal uitgerukt. Althans, de Franstalige pers, want we bleken het enige persorgaan van benoorden de taalgrens te zijn dat naar Louvain-la-Neuve was overgestoken. Frans was de voertaal, en de vertegenwoordiger van het Museum vergat zelfs de Nederlandstalige uitgever – die tijdens de persconferentie ook even iets wou zeggen – het woord te geven. Maar voor de rest: een

open en hartelijk onthaal viel ons ten deel.

Dat is wel eens anders geweest. Toen het museum in 2009 de deuren opende, kregen fotografen en cameramensen, vaak uit andere delen van Europa overgekomen, te horen dat binnen geen beelden mochten worden gemaakt. Vooraf was hen dat niet meegedeeld, en woest verlieten de meeste het museum. Een prachtig, heel inventief gebouw is het nochtans, ontworpen door de Franse architect Christian de Portzamparc – maar dat kreeg de nationale en internationale gemeenschap  bij de opening dus niet op televisie of in de krant te zien. Daar moesten de lezers en de kijkers maar voor naar Louvain-la-Neuve komen.

Op dat moment ging iedereen die van ver of dichtbij iets met het Hergé Museum te maken had, er nog van uit dat massa’s mensen dat ook zouden doen. Na vier jaar blijkt dat niet het geval. Vooraf werd een bezoekerscijfer van 200.000 mensen per jaar vooropgesteld, maar voorlopig blijft de teller haperen ergens in de buurt van de 80.000 bezoekers. Niet eens de helft van wat werd vooropgesteld.

De voornaamste reden daarvoor laat zich raden: de ligging. In Louvain-la-Neuve mag tijdens het academiejaar een gezellige drukte heersen, buitenlandse toeristen die Brussel aandoen denken er blijkbaar amper aan om de verplaatsing te maken. Het neemt teveel tijd in beslag, en in Brussel zelf kan je toch nog altijd in het Stripmuseum aan de Zandstraat terecht. Waarom dan een halve dag verliezen om in het Hergé Museum te geraken?

Nochtans was het niet de oorspronkelijke bedoeling dat het Hergé Museum in Louvain-La-Neuve zou terechtkomen. Hergé zelf had zijn vriend Guy Dessicy de opdracht gegeven om een pand in Brussel te zoeken, wat uiteindelijk in het Stripmuseum zou resulteren – een museum dat aan het werk van álle Belgische striptekenaars was gewijd. Toen duidelijk werd dat er ook een apart museum rond Hergé en zijn werk zou komen, werd omstreeks de eeuwwisseling onderhandeld over een locatie in Brussel: aan het spoorwegstation Luxemburg of aan het Fontainasplein moest het komen. Maar Fanny Vlaminck, de weduwe Hergé, en vooral haar tweede man, de flamboyante Brit Nick Rodwell, slaagden er niet in om een akkoord te bereiken met de Brusselse overheid. Dan moest het maar Louvain-la-Neuve worden, daar wilde de overheid wel fors mee investeren. En die twintig kilometer die het universiteitsstadje van Brussel scheidde, dat zou voor niemand een onoverkomelijk probleem zijn. Toch?

Die twintig kilometer bleek voor veel toeristen juist wél een probleem. Gevolg: het museum bleef ver onder de verwachtingen. Wellicht is dat de reden voor de plotse openheid. Tijdens de boekvoorstelling (op hetzelfde moment werd ook een mooie tijdelijke expo geopend) mocht naar hartenlust worden gefotografeerd en gefilmd. Het Hergé Museum verlaat zijn ivoren toren, zo lijkt het wel. Kuifje wordt plots benaderbaar. Ook Fanny Vlaminck en Nick Rodwell zelf waren op de voorstelling, en zeer aanspreekbaar en toegankelijk.

Het boek dat werd voorgesteld is een stap in dezelfde richting. Want niet alleen is het opgebouwd volgens hetzelfde stramien als het museum (met dezelfde opdeling in hoofdstukken), het opent ook met een apart hoofdstuk over het project van de architect, rijkelijk geïllustreerd met foto’s van de binnenkant in het museum. Van een koerswijziging gesproken. Al moeten we daar meteen bijzeggen dat in het boek nog steeds geen foto’s van de tentoonstellingszalen zelf te zien zijn.

Geheime archieven

De Franse versie van het boek heet gewoon ‘Musée Hergé’, de Nederlandse gaat door het leven als ‘Kuifje. Uit de geheime archieven van Hergé’. Maar de inhoud is nagenoeg dezelfde. Een bijzonder verzorgde verzameling stukken uit de collectie van het museum is het geworden, met ook enkele vooralsnog niet gepubliceerde schetsen en foto’s – al is ‘geheime archieven’ natuurlijk wel meer dan een beetje overdreven.  Ook interessant is het documentatiemateriaal dat Hergé gebruikte bij het uitwerken van zijn verhalen. De tekst is van de hand van de Franse journalist Michel Daubert, die voor onder meer Le Figaro en Télérama werkt.

De Franse versie presenteert zich haast als een museumcatalogus, de Nederlandse versie wil, alleen al door de titel, meer zijn dan dat. De Franstalige reeks ‘Chronologie d’une oeuvre’ bracht al een prachtig verzorgd overzicht van de artistieke productie van de tekenaar van ‘Kuifje’ en ‘Quick en Flupke’. In het Nederlands verscheen enkel een beperkte selectie daaruit. ‘Kuifje. Uit de geheime archieven van Hergé’ wil ook een Nederlandstalig alternatief voor die (Franstalige) reeks zijn. Gevorderde Tintin-o-fielen doen er weinig spectaculaire ontdekkingen, maar wie in één mooi vormgegeven boek een inkijk wil in het genie van de belangrijkste Belgische stripmaker van de twintigste eeuw, wordt hier op zijn wenken bediend.


Michel Daubert

Kuifje. Uit de geheime archieven van Hergé’, Terra Lannoo, 450 blz., €45.


Copyright alle illustraties: Moulinsart, 2014.


21 January 2016, 16:02 admin

De adelaars van Rome IV (Enrico Marini)


Ha, het oude Rome! Sandalen, gladiatoren, bedelaars, keizers, wagenrennen, legionairs… De stad van de zeven heuvels ten tijde van Caesar, Augustus en Nero levert nog steeds bakken inspiratie. Ook voor strips. Jacques Martins ‘Alex’ werd ondertussen enigszins geüpdatet met het knappe ‘Murena’ en het magnifieke ‘De Adelaars van Rome’, een verhaal over een Germaanse prins en een Romeinse vriend die in een oorlog lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.

Waar de actie in de eerste twee albums nog voornamelijk gesitueerd was in het decadente en tegelijk troosteloze Rome van rond het jaar nul, verplaatste het verhaal zich in het vorige album naar de donkere Germaanse wouden. Tekenaar Enrico Marini sleurt de lezer bijna letterlijk door de modder en tekent nog steeds de knapste vrouwen en bloederigste gevechten.

Begin dit jaar lazen we dat Marini besloten had om van zijn reeks een zesluik te maken, waardoor hij zichzelf meer tijd en ruimte wil geven om het verhaal van de Germaanse opstand en de broederstrijd uit te diepen. Eigenlijk slecht nieuws, want het bevestigde nogmaals dat er wel degelijk een einde komt aan een van de mooist getekende realistische strips van het moment. (WA)

Enrico Marini

‘De Adelaars van Rome IV’, Dargaud, 60 blz., €9,50.


21 January 2016, 15:12 admin

Marcinelle. Storie di minatori (Igor Mavric en Davide Pascutti)

In 1956 kwamen bij een dramatische mijnramp in Marcinelle 262 mensen om het leven. In Italië en bij de Italiaanse gemeenschap in België is het drama nog niet vergeten. Ook stripmakers doen hun duit in het zakje.

In de film ‘Marina’ zien we de familie van de nog jonge mijnwerkerszoon Rocco Granata verschrikt luisteren naar de radio als de eerste berichten binnenkomen over een vreselijke mijnramp. Sinds 8 augustus 1956 is Marcinelle onder Italianen misschien wel de meest bekende plek in België, want 136 van de 262 mijnwerkers die toen omkwamen waren Italianen. Elk jaar komen Italiaanse delegaties de herdenking van de ramp bijwonen. De ramp, veroorzaakt door een gebrek aan aandacht voor veilige werkomstandigheden, is in het Italiaanse collectieve geheugen gegrift en komt regelmatig ter sprake in debatten over migratie en rechten van arme migranten.

Ook in strips duikt het thema regelmatig op. In de herfst van 2013 liep in Milaan een tentoonstelling van vijf vrouwelijke striptekenaars over Marcinelle en de situatie van de naoorlogse Italiaanse mijnwerkersfamilie in België. Persoonlijke tekeningen, persoonlijke anekdotes – het resultaat van gesprekken met kinderen en kleinkinderen van mijnwerkers, die net als Rocco Granata blijvende herinneringen hebben aan armoede en uitsluiting. In Marcinelle zelf liep in 2014 een tentoonstelling over het kinderboek ‘Mon papa pirate’ van de Italiaanse schrijver Davide Cali. De titel verraadt het niet, maar ook dat boek gaat over het leven van de mijnwerkers in Marcinelle, op dezelfde manier als de film ‘La vitta è bella’ over de concentratiekampen gaat: een vader verbloemt voor zijn kind de werkelijkheid van zijn mijnwerkersbestaan door te vertellen dat hij piraat is. Misschien is deze tentoonstelling van de originele illustraties van Maurizio Quarello een reden voor boekenliefhebbers om eens het museum van Marcinelle (‘Le Bois du Cazier’) te gaan bezoeken.

En anders lees je de strips ‘Marcinelle’ van Igor Mavric en Davide Pacutti of ‘Marcinelle 1956’ van Sergio Salma. Waar Sergio Salma in ‘Marcinelle 1956’ het verhaal vanuit het perspectief van de mijnwerkers zelf bracht, vertelt de strip van Mavric en Pacutti het verhaal van de zoon van een mijnwerker, die samen met zijn dochter de plek gaat opzoeken waar de vader, ver van huis, zijn gezondheid en leven op het spel zette in de hoop op een beter leven voor zijn kinderen. Het perspectief van de zoon geeft een aparte kijk op het drama van Marcinelle. Als de man het museum van Marcinelle bezoekt en in veiligere omstandigheden dan zijn vader in de mijn afdaalt, wordt hij door de gids op zijn plaats gezet. Volgens de gids is de zoon maar een halfbakken eitje dat zich wentelt in zelfmedelijden. Maar zo waren de mijnwerkers zelf niet, zegt de gids, dat waren harde werkers met plannen voor een betere toekomst. Neem daar een voorbeeld aan, is de boodschap. Zo overstijgt het verhaal op een onverwachte manier de sentimentele herinnering aan een vreselijk drama en wordt het ook een verhaal voor mensen van nu. (JG)

Igor Mavric en Davide Pascutti,’ Marcinelle. Storie di minatori’, BeccoGiallo, 2006. (Italiaans)


21 January 2016, 15:01 admin

De strijd om het vuur 1: In de nacht der tijden (Emmanuel Roudier )


In 1911 publiceerde de Belgische schrijver J.-H. Rosy Aïné, pseudoniem van Joseph Henri Boex, zijn roman ‘La guerre du feu’, die in 1981 succesvol verfilmd werd door Jean-Jacques Annaud. De Fransman Emmanuel Roudier, een archeologie-enthousiasteling die zich specialiseerde in de prehistorie, maakte er nu een geslaagde stripadaptatie van, die een trilogie moet worden.

Roudier slaagt er in om de prehistorische wereld, waarin de voorouders van de mens letterlijk moesten vechten voor hun vege lijf, krachtig weer te geven. Vooral de breed uitgesmeerde confrontaties tussen de dieren onderling, zoals die tussen de oerossen en de mammoeten of tussen de bergleeuw en de tijger, zijn behoorlijk indrukwekkend.

Roudier knoopt qua thematiek aan bij klassieke reeksen zoals ‘Toenga’ van Aidans en ‘Rahan’ van Chéret maar brengt ‘zijn’ verhaal in beeld met modernere verteltechnieken. Een veelbelovende start dus van deze minireeks. (WA)


Emmanuel Roudier

‘De strijd om het vuur 1: In de nacht der tijden’, Daedalus, 48 blz., €8,95.


21 January 2016, 15:23 admin

Marcinelle 1956 (Sergio Salma)

In 1956 kwamen bij een dramatische mijnramp in Marcinelle 262 mensen om het leven. In Italië en bij de Italiaanse gemeenschap in België is het drama nog niet vergeten. Ook stripmakers doen hun duit in het zakje.

In de film ‘Marina’ zien we de familie van de nog jonge mijnwerkerszoon Rocco Granata verschrikt luisteren naar de radio als de eerste berichten binnenkomen over een vreselijke mijnramp. Sinds 8 augustus 1956 is Marcinelle onder Italianen misschien wel de meest bekende plek in België, want 136 van de 262 mijnwerkers die toen omkwamen waren Italianen. Elk jaar komen Italiaanse delegaties de herdenking van de ramp bijwonen. De ramp, veroorzaakt door een gebrek aan aandacht voor veilige werkomstandigheden, is in het Italiaanse collectieve geheugen gegrift en komt regelmatig ter sprake in debatten over migratie en rechten van arme migranten.

Ook in strips duikt het thema regelmatig op. In de herfst van 2013 liep in Milaan een tentoonstelling van vijf vrouwelijke striptekenaars over Marcinelle en de situatie van de naoorlogse Italiaanse mijnwerkersfamilie in België. Persoonlijke tekeningen, persoonlijke anekdotes – het resultaat van gesprekken met kinderen en kleinkinderen van mijnwerkers, die net als Rocco Granata blijvende herinneringen hebben aan armoede en uitsluiting. In Marcinelle zelf liep in 2014 een tentoonstelling over het kinderboek ‘Mon papa pirate’ van de Italiaanse schrijver Davide Cali. De titel verraadt het niet, maar ook dat boek gaat over het leven van de mijnwerkers in Marcinelle, op dezelfde manier als de film ‘La vitta è bella’ over de concentratiekampen gaat: een vader verbloemt voor zijn kind de werkelijkheid van zijn mijnwerkersbestaan door te vertellen dat hij piraat is. Misschien is deze tentoonstelling van de originele illustraties van Maurizio Quarello een reden voor boekenliefhebbers om eens het museum van Marcinelle (‘Le Bois du Cazier’) te gaan bezoeken.

En anders lees je de strips ‘Marcinelle’ van Igor Mavric en Davide Pacutti of ‘Marcinelle 1956’ van Sergio Salma. Waar Sergio Salma in ‘Marcinelle 1956’ het verhaal vanuit het perspectief van de mijnwerkers zelf bracht, vertelt de strip van Mavric en Pacutti het verhaal van de zoon van een mijnwerker, die samen met zijn dochter de plek gaat opzoeken waar de vader, ver van huis, zijn gezondheid en leven op het spel zette in de hoop op een beter leven voor zijn kinderen. Het perspectief van de zoon geeft een aparte kijk op het drama van Marcinelle. Als de man het museum van Marcinelle bezoekt en in veiligere omstandigheden dan zijn vader in de mijn afdaalt, wordt hij door de gids op zijn plaats gezet. Volgens de gids is de zoon maar een halfbakken eitje dat zich wentelt in zelfmedelijden. Maar zo waren de mijnwerkers zelf niet, zegt de gids, dat waren harde werkers met plannen voor een betere toekomst. Neem daar een voorbeeld aan, is de boodschap. Zo overstijgt het verhaal op een onverwachte manier de sentimentele herinnering aan een vreselijk drama en wordt het ook een verhaal voor mensen van nu. (JG)

Sergio Salma, Marcinelle 1956, Casterman, 2012. (Franstalig)

21 January 2016, 15:05 admin
 Page 1 of 3  1  2  3 »
Sluit

Stripgids Nummer 6!

Met artikels over 20 jaar uitgeverij Bries, de (schrikwekkende) ontlezing bij pubers, de kijk van Zidrou op de jongste lichting aan St-Lukas Brussel afgestudeerde stripmakers, het beeld van ouderen in de strip, een kijk op 60 jaar avonturen van de Rode Ridder, de comeback van de ‘X-Men’, strips op Instagram, de jarige ‘Billie & Bollie’, een stevig dossier over de Italiaanse strip, een interview met Ulli Lust én een daverend katern van en met Serge Baeken. Er is ook nieuw werk van Steven Dupré, Céline Hudréaux, Gwen Stok, Sam Peeters en het debuut van Dieter De Schutter. En nog véél meer.

180 pagina’s leesplezier, vanaf eind oktober overal te verkrijgen.

Wil je het helemaal makkelijk maken? Neem dan een abonnement. Dan valt jouw exemplaar netjes in de bus en mis je geen enkel nummer.

Met een abonnement krijg je bovendien fijne verrassingen. Je leest het goed, verrassingen – meervoud.


Ontdek hier ons onweerstaanbare aanbod Naar de startpagina