Strip Turnhout


Ijstijd (Nicolas de Crécy)

Het Louvre ging in zee met striptekenaars, en kwam bij Nicolas de Crécy uit.

“Eén ding is duidelijk: deze beschaving was niet geletterd.” Het lijkt een overhaast besluit van Juliette na een eerste confrontatie met de talrijke schilderijen van het Musée du Louvre. De jonge vrouw maakt echter deel uit van een expeditie die op zoek is naar sporen van een beschaving in een desolaat, met ijs overdekt Frankrijk van een tiental eeuwen later dan nu. De expeditie heeft nog niet veel sporen gevonden, maar plots duikt het Louvre op vanuit het ijs, merkwaardig goed bewaard in de vriestemperaturen. De menselijke leden van de expeditie proberen het hen onbekende gebouw en zijn schilderijen te begrijpen. Een ander lid, de genetisch gemodificeerde hond Hulk, stuit op een stoet antieke beelden die hem een fragmentaire geschiedenis van het Louvre oplepelen.

‘IJstijd’ is de keurig uitgegeven Nederlandse vertaling van ‘Période Glaciaire’, in 2005 het eerste deel van een reeks stripverhalen die het Louvre uitbrengt in samenwerking met uitgeverij Futuropolis. Sindsdien volgden zo’n tien albums van stripmakers als Araki, Yslaire, Bilal en Davodeau. De keuze van de als hermetisch bekendstaande Nicolas de Crécy als eerste auteur in de serie was gewaagd. Stilistisch houdt hij het sober, met scherpe potloodtekening, monotone, ijzige kleuren, enkele felle toetsen als emotionele accenten, en een rustig vertelritme. Zoals steeds excelleert hij in architecturale tekeningen, en de antieke beelden zijn heel knap weergegeven.

Het verhaal is op zich niet erg boeiend maar werkt wel goed als kritische opener voor de reeks. Een expeditie die onze culturele context compleet ontbeert, laat een vervreemdend perspectief toe waarin het Louvre niet alleen als nieuw getoond wordt, maar ook kritisch bevraagd wordt. In het midden van het album komt een lange reeks van schilderijen die door de expeditie in een mogelijk verhaal over de verloren gegane beschaving worden gerangschikt. Hun interpretatie zit er compleet naast: de vele natuurtaferelen in de schilderijen worden als beslissende momenten in de geschiedenis beschouwd, terwijl de talrijke naaktafbeeldingen van vrouwen leiden tot het oordeel dat de samenleving gedomineerd werd door mannelijke erotomanen.

Terwijl de archeologische zoektocht vrij futiel lijkt, weet de hond Hulk wel tot het ware verhaal door te dringen, maar stelt hij het nut van het Louvre in vraag en bevrijdt hij uiteindelijk de kunstwerken uit hun eeuwige gevangenis en vastgelegde betekenis: “Jullie hebben samen zo veel beeldend vermogen, jullie moeten alleen nog de juiste vorm vinden…” (Chris Bulcaen)


Nicolas de Crécy

‘IJstijd’, Stichting Zet.El., 80 blz., €21,95.


21 January 2016, 13:35 admin

Grzegorz Rosinski, monografie (Patrick Gaumer)

Een diva en een commerciële jongen.
De Franse strippublicist Patrick Gaumer heeft er een druk jaar opzitten. Hij keek twee populaire stripmakers urenlang diep in de ogen, en schreef over allebei die ontmoetingen een vuistdik boek.

Haast simultaan landden ze in de boekhandel: het eerste, een koffietafelboek over ‘Thorgal’-tekenaar Grzegorz Rosinski, werd zelfs in het Nederlands vertaald. Ook het tweede, een enkel in het Frans verschenen monografie over scenarist Raoul Cauvin, biedt een interessante kijk achter de schermen.

Voor zijn monografie over Rosinski koos Gaumer voor de vraag-antwoordvorm. De van oorsprong Poolse tekenaar praat honderduit over zijn leven en werk, en gaat in op de belangrijke ontmoetingen en gebeurtenissen in zijn leven. Het is een verhaal dat kan tellen: een tekenaar die eerst carrière maakt in eigen land, dan scenarist Jean Van Hamme ontmoet en van achter het IJzeren Gordijn de door hem bedachte reeks ‘Thorgal’ begint te tekenen. Na de machtsgreep van Jaruzelski krijgt hij zijn platen amper nog bij zijn uitgever in België. Zodat hij uiteindelijk besluit om met zijn gezin uit Polen te vluchten, om eerst in België en later in Zwitserland onderdak te vinden.

Bij het grote publiek is Rosinski vooral bekend van zijn realistische werk voor het weekblad Kuifje, en van de striproman ‘De Chninkel’. Als dit boek één ding overtuigend aantoont, is het dat Rosinski veel meer kan dan dat. In het boek vind je tekeningen en strips in de meest diverse stijlen, ook humoristische. De tekst is hier en daar misschien iets te uitvoerig, maar in zijn geheel genomen interessant en inzichtrijk. Enkele kroongetuigen (Jean Van Hamme uiteraard, maar ook minder bekende collega’s en vrienden) krijgen de ruimte om hun versie van de feiten te vertellen. Ook te vermelden: de meer dan uitstekende vertaling van Erwin Cavens.

‘Cauvin. La monographie’ is ook op een groot interview met het onderwerp van het boek gebaseerd, maar wordt in een andere vorm gepresenteerd: als een doorlopend verhaal, waarin ook de getuigenissen van anderen verwerkt zijn. Zijn bekendste reeksen zijn ‘De blauwbloezen’ en ‘Sammy’, maar hij leverde tientallen reeksen, vooral voor het weekblad Robbedoes en uitgeverij Dupuis, waar hij zijn hele carrière trouw aan bleef.

Kunnen aan Rosinski enige diva-allures in de omgang niet ontzegd worden, Cauvin van zijn kant kiest liever voor de luwte, en staat ook als gemoedelijk te boek. Al zegt hij hier toch minstens een paar keer waar het voor hem op staat: zijn visie op de manier van werken van wijlen de Vlaamse tekenaar en animatiefilmer Ray Goossens brengt hij erg duidelijk onder woorden.

Wel jammer dat iemand van het kaliber van Cauvin, die in zijn topjaren drie miljoen albums per jaar verkocht, blijkbaar toch ook gebukt gaat onder een (al dan niet vermeend) gebrek aan erkenning van critici en intelligentsia. Hij voelt zich weggezet als ‘een platte commerciële jongen’, en vindt dat zijn vakmanschap onvoldoende erkend wordt. Al op de achterflap en in het voorwoord gaat het erover, en het blijft maar terugkomen. Het bevestigt opnieuw een waarheid die nog steeds staat als een huis: elke auteur wil een gigantische verkoop én goeie kritieken. (TH)

Patrick Gaumer

‘Grzegorz Rosinski, monografie’, Le Lombard, 400 blz., €49,95.


21 January 2016, 11:38 admin

“Als de dood me komt halen, is het 1-1”

Vandaag één jaar geleden overleed Peter Pontiac, geboren als Peter Pollman op 28 april 1951 in het Nederlandse Beverwijk. Pontiac maakte illustraties voor tijdschriften en kranten, vaak over muziek, en tekende autobiografische strips in de stijl van de Amerikaanse underground. Zijn boek ‘Kraut’ ging over het oorlogsverleden van zijn verdwenen vader. Postuum verscheen ‘Styx’, waarvoor Robin Schouten hem interviewde voor Stripgids 41.
(more…)

20 January 2016, 06:00 Wouter

Cauvin. La monographie (Patrick Gaumer)

De Franse strippublicist Patrick Gaumer heeft er een druk jaar opzitten. Hij keek twee populaire stripmakers urenlang diep in de ogen, en schreef over allebei die ontmoetingen een vuistdik boek.

Haast simultaan landden ze in de boekhandel: het eerste, een koffietafelboek over ‘Thorgal’-tekenaar Grzegorz Rosinski, werd zelfs in het Nederlands vertaald. Ook het tweede, een enkel in het Frans verschenen monografie over scenarist Raoul Cauvin, biedt een interessante kijk achter de schermen.

Voor zijn monografie over Rosinski koos Gaumer voor de vraag-antwoordvorm. De van oorsprong Poolse tekenaar praat honderduit over zijn leven en werk, en gaat in op de belangrijke ontmoetingen en gebeurtenissen in zijn leven. Het is een verhaal dat kan tellen: een tekenaar die eerst carrière maakt in eigen land, dan scenarist Jean Van Hamme ontmoet en van achter het IJzeren Gordijn de door hem bedachte reeks ‘Thorgal’ begint te tekenen. Na de machtsgreep van Jaruzelski krijgt hij zijn platen amper nog bij zijn uitgever in België. Zodat hij uiteindelijk besluit om met zijn gezin uit Polen te vluchten, om eerst in België en later in Zwitserland onderdak te vinden.

Bij het grote publiek is Rosinski vooral bekend van zijn realistische werk voor het weekblad Kuifje, en van de striproman ‘De Chninkel’. Als dit boek één ding overtuigend aantoont, is het dat Rosinski veel meer kan dan dat. In het boek vind je tekeningen en strips in de meest diverse stijlen, ook humoristische. De tekst is hier en daar misschien iets te uitvoerig, maar in zijn geheel genomen interessant en inzichtrijk. Enkele kroongetuigen (Jean Van Hamme uiteraard, maar ook minder bekende collega’s en vrienden) krijgen de ruimte om hun versie van de feiten te vertellen. Ook te vermelden: de meer dan uitstekende vertaling van Erwin Cavens.

‘Cauvin. La monographie’ is ook op een groot interview met het onderwerp van het boek gebaseerd, maar wordt in een andere vorm gepresenteerd: als een doorlopend verhaal, waarin ook de getuigenissen van anderen verwerkt zijn. Zijn bekendste reeksen zijn ‘De blauwbloezen’ en ‘Sammy’, maar hij leverde tientallen reeksen, vooral voor het weekblad Robbedoes en uitgeverij Dupuis, waar hij zijn hele carrière trouw aan bleef.

Kunnen aan Rosinski enige diva-allures in de omgang niet ontzegd worden, Cauvin van zijn kant kiest liever voor de luwte, en staat ook als gemoedelijk te boek. Al zegt hij hier toch minstens een paar keer waar het voor hem op staat: zijn visie op de manier van werken van wijlen de Vlaamse tekenaar en animatiefilmer Ray Goossens brengt hij erg duidelijk onder woorden.

Wel jammer dat iemand van het kaliber van Cauvin, die in zijn topjaren drie miljoen albums per jaar verkocht, blijkbaar toch ook gebukt gaat onder een (al dan niet vermeend) gebrek aan erkenning van critici en intelligentsia. Hij voelt zich weggezet als ‘een platte commerciële jongen’, en vindt dat zijn vakmanschap onvoldoende erkend wordt. Al op de achterflap en in het voorwoord gaat het erover, en het blijft maar terugkomen. Het bevestigt opnieuw een waarheid die nog steeds staat als een huis: elke auteur wil een gigantische verkoop én goeie kritieken. (TH)

Patrick Gaumer

‘Cauvin. La monographie’, Dupuis, 416 blz., €28.

(Franstalig)


21 January 2016, 11:48 admin

Zwarte, seksistische humor aan de muren van het ECC

In het Europees Cartoon Centrum (ECC) is vanaf zondag het werk van Pirana (pseudoniem van Leon Van De Velde) te bezichtigen. De Oost-Vlaamse cartoonist publiceerde bijna een halve eeuw geleden voor het eerst in Het Volk. Zijn combinatie van een losse, minimalistische en uiterst eenvoudige tekenstijl met zwarte, seksistische en no-nonsense humor verscheen in binnen- en buitenlandse bladen en in 23 stripalbums.
(more…)

21 January 2016, 06:00 Wouter

Parijse primeur: standbeeld van René Goscinny

22 January 2020, 12:58 Roel

Pirana overleden

20 January 2020, 20:51 Roel

Tip: Festival van het geschreven woord

16 January 2020, 11:24 Roel

Expo Simon Spruyt: De tempel ontheiligd

15 January 2020, 19:58 Roel

Save the date: Fandag van De Fameuze Fanclub

11 January 2020, 20:11 Roel

Rock Paper Pencil Games & Comics Festival

15 December 2019, 15:52 Roel

Freaks in Schaarbeek

6 December 2019, 11:13 Roel
Sluit

Stripgids Nummer 6!

Met artikels over 20 jaar uitgeverij Bries, de (schrikwekkende) ontlezing bij pubers, de kijk van Zidrou op de jongste lichting aan St-Lukas Brussel afgestudeerde stripmakers, het beeld van ouderen in de strip, een kijk op 60 jaar avonturen van de Rode Ridder, de comeback van de ‘X-Men’, strips op Instagram, de jarige ‘Billie & Bollie’, een stevig dossier over de Italiaanse strip, een interview met Ulli Lust én een daverend katern van en met Serge Baeken. Er is ook nieuw werk van Steven Dupré, Céline Hudréaux, Gwen Stok, Sam Peeters en het debuut van Dieter De Schutter. En nog véél meer.

180 pagina’s leesplezier, vanaf eind oktober overal te verkrijgen.

Wil je het helemaal makkelijk maken? Neem dan een abonnement. Dan valt jouw exemplaar netjes in de bus en mis je geen enkel nummer.

Met een abonnement krijg je bovendien fijne verrassingen. Je leest het goed, verrassingen – meervoud.


Ontdek hier ons onweerstaanbare aanbod Naar de startpagina