Strip Turnhout


Zonder filter (Robert van Raffe)


Het leven als kunstwerk, het kunstwerk als leven – deze spiegelende frases zijn beide van toepassing op deze grafische roman, het debuut van de Nederlandse grafische ontwerper Robert van Raffe. Debuut in boekvorm dan, want vele hoofdstukken verschenen eerder in tijdschriften als Zone 5300 en Eisner, en eigen small press uitgaves. Uiteindelijk gaat dit boek terug tot studentenpublicaties begin jaren 2000: dagboekstrips en een eindwerk aan de Willem De Kooning Academie in Rotterdam. Uit die lange reeks van publicaties blijkt een meer dan tienjarige fascinatie voor het dandyisme, en met nog een website genaamd www.dandyraffe.nl mogen we aannemen dat het dandyisme voor Van Raffe zowel onderwerp als vorm van zijn kunst en leven is.

In reactie op een liefdesbreuk wil de student Andy zijn leven herinrichten. Hij kiest ervoor om een dandy te worden omdat het woord hem fascineert. In de eerste hoofdstukken is hij op zoek naar een levenswijze als dandy, maar evengoed naar de betekenis en geschiedenis van het begrip. In het tweede deel van het boek verhaalt hij zijn belevenissen op de kunstacademie, hoe zijn Francis Baconachtige werken en verwerping van allerlei tradities en conventies negatief onthaald worden door de docenten. Die conflictueuze periode eindigt in een psychiatrische opname, waarna een emotioneel-filosofische catharsis volgt. Dat open einde is opvallend kort en flou, want voor het overige neemt de auteur ruim de tijd om zijn autobiografische verhaal te vertellen.

De verschillende hoofdstukken van deze striproman dragen Oudgriekse namen als titels. Zo heet het hoofdstuk waarin hij in een studentenflat vol vrouwen gedumpt wordt door zijn lief Lemnos, zoals het eiland waar in de Griekse mythologie alle mannen werden vermoord. Achteraan de strip blijkt dat de auteur deze Griekse titels uit ‘Ulysses’ van James Joyce haalde. In dat lange lijstje van eindnoten duidt de auteur allerlei verwijzingen naar literatuur en beeldende kunst die hij in zijn verhaal heeft gestopt. Van Raffe presenteert zijn boek daarmee onbeschaamd als een literaire grafische roman van het autobiografische soort. ‘Zonder filter’ is, zoals het een dandy betaamt, een heel bewust kunstzinnig construct dat je makkelijk aan de kant zou kunnen schuiven als arty farty, gemaakt, leeg van inhoud en betekenis. De simpele, naïeve tekenstijl en de opvallend schreeuwerige kleuren zouden kunnen bijdragen aan die eerste indruk van afkeer.

Toch werkt deze grafische roman. Het verhaal wordt fris verteld en getekend. De volledige openheid van zaken spreekt aan en de auteur injecteert voldoende humor in het verhaal. De esthetiek doet denken aan het werk van Olivier Schrauwen, maar van Raffe gaat minder ver in het bedenken en doortrekken van nieuwe vormen en verhalen. Zijn sterktes liggen eerder in leuke visuele vondsten, veel grafische variatie en de geslaagde vormgeving van het hele boek.

Robert van Raffe
‘Zonder filter’, Oog&Blik/De Bezige Bij, 208 blz., €24,90.


7 February 2017, 11:25 Laure

Stomp 1: De spoken van Knightgrave (Maltaite & Colman)

Toen Maurice Rosy (1927-2013) in 1954 werd aangenomen bij uitgeverij Dupuis in Marcinelle, werd hem gevraagd welke job hij voor zichzelf zag weggelegd. ‘Bedenker van ideeën’ was de functie die hij voor zichzelf bedacht, en vervolgens ook kreeg. Eén van de eerste projecten waar hij zijn licht over mocht schijnen, was ‘Baard en Kale’. Dupuis had de rechten op die personages (die al jaren in Robbedoes stonden) gekocht, en Rosy mocht tekenaar Will bijstaan als scenarist en ‘bedenker van ideeën’ – met goed gevolg.

“Ik wilde de serie levendiger maken, maar Baard en Kale zelf leken me daar de mogelijkheden niet voor te bieden”, zegt Rosy in het in april postuum verschenen boek over zijn leven ‘Rosy, c’est la vie!’. “Door tegenover hen een slechterik van enige proportie, van topklasse, te plaatsen, dacht ik ook Baard en Kale zelf omhoog te trekken.” Het na te volgen voorbeeld daarbij was Fantômas, de grote slechterik uit zijn jeugd, en de vilain waar hij aan het einde van de rit mee op de proppen kwam ging door het leven als Stomp (Monsieur Choc voor de Franstalige lezers). “Ik wilde uiteraard dat zijn gezicht en zijn identiteit een mysterie zouden blijven. Fantômas veranderde voortdurend van gezicht, maar daar zou de lezer van ‘Baard en Kale’ zich in verloren hebben. Ik dacht toen aan de helm van een ridder. Samen met de smoking, geeft dat een haast aristocratisch, plechtig ensemble. Stomp, is dat niet de prins van de misdaad?”

Stomp mocht dan zijn eigen gezicht niet prijsgeven, hij zou wel het gezicht van de reeks gaan bepalen en een belangrijk ingrediënt voor de succesformule van ‘Baard en Kale’ worden. Het is geen toeval dat in nogal wat van de beste albums uit de reeks Stomp een belangrijke rol opeist. Rond ‘Baard en Kale’ is in het Nederlands de voorbije jaren vrij weinig gebeurd. In het Frans verscheen een mooie integrale in 13 delen, en die zou binnenkort een Nederlandse evenknie moeten krijgen. Nu grote fan Blutch de reeks nieuw leven mag inblazen (voorlopig voor de lengte van welgeteld één album), lijkt de interesse voor de strip in ieder geval weer toe te nemen. Als opwarmer voor de terugkeer van ‘Baard en Kale’ is er nu het eerste deel van een tweeluik over Stomp, getekend door Eric Maltaite, de zoon van de belangrijkste ‘Baard en Kale’-tekenaar Will (voor de burgerlijke stand Willy Maltaite). Hij deed een beroep op Stéphan Colman voor het scenario.

Het vertrekpunt van ‘De spoken van Knightgrave’ (geen Baard of Kale te bekennen) is het gegeven dat een moordenaar niet als moordenaar geboren wordt. Colman en Maltaite proberen een antwoord te formuleren op de vraag hoe Stomp Stomp geworden is, en serveren een verhaal van knechting en onderdrukking in het Engeland van begin twintigste eeuw een naturalistische roman waardig. Je zou nog begrip gaan opbrengen voor Stomp. En ook al krijg je zijn gezicht in dit eerste deel niet te zien (onze pronostiek: ook in deel twee gebeurt dat niet), hij krijgt wel een geschiedenis.

Welk gezicht er onder die helm zit, komen we voorlopig dus niet te weten. Maar, zo maakt deze prequel op de avonturen van Baard en Kale nu al duidelijk, het is in ieder geval een menselijk gezicht.


Maltaite & Colman
‘Stomp 1: De spoken van Knightgrave’, Dupuis, 88 blz., €19,95.

7 February 2017, 11:10 Laure

Belvision. Le Hollywood Européen du dessin animé (Daniel Couvreur)

Raymond Leblanc (1915-2008) was niet alleen de uitgever van het weekblad Kuifje en de stichter van uitgeverij Le Lombard. Ook tekenfilmstudio Belvision, waarmee hij hoopte de Europese tegenhanger van Disney te worden, was zijn kindje. Hij gebruikte de bekendste personages van de Belgische strip, en maakte animatiefilms rond hen. Het begon met Suske en Wiske, nadien volgden bijna alle belangrijke reeksen uit de Frans-Belgische school. Het bleef ook niet bij werk voor televisie. Leblanc en Belvision trokken ook naar de bioscoop. ‘De zonnetempel’ en ‘Kuifje en het Haaienmeer’ waren gebaseerd op het werk van Hergé, maar ook De Smurfen (‘De fluit met zes smurfen’), Lucky Luke (‘Daisy Town’) en Asterix (‘Asterix en Cleopatra’) kregen van Belvision een bioscoopleven.

In een rijk geïllustreerde monografie brengt Daniel Couvreur, journalist bij Le Soir, de geschiedenis van de opkomst en de neergang van de ambitieuze tekenstudio van Leblanc tot leven. Hij interviewde de nog levende kroongetuigen, en schetst een kleurrijk beeld van een onbekende kant van de Belgische entertainmentindustrie. Een verhaal van bescheidenheid en megalomanie, van ambitie en nuchterheid, met enkele van de belangrijkste stripmakers van de twintigste eeuw in hoofd- en bijrollen. (TH)


Daniel Couvreur, ‘Belvision. Le Hollywood Européen du dessin animé’, Le Lombard, 272 blz., €39 (Franstalig, twee dvd’s inbegrepen).

7 February 2017, 10:15 Laure

Rosy, c’est la vie! (José-Louis Boquet, Maurice Rosy e.a.)

Toen Maurice Rosy (1927-2013) in 1954 werd aangenomen bij uitgeverij Dupuis in Marcinelle, werd hem gevraagd welke job hij voor zichzelf zag weggelegd. ‘Bedenker van ideeën’ was de functie die hij voor zichzelf bedacht, en vervolgens ook kreeg. Eén van de eerste projecten waar hij zijn licht over mocht schijnen, was ‘Baard en Kale’. Dupuis had de rechten op die personages (die al jaren in Robbedoes stonden) gekocht, en Rosy mocht tekenaar Will bijstaan als scenarist en ‘bedenker van ideeën’ – met goed gevolg.

“Ik wilde de serie levendiger maken, maar Baard en Kale zelf leken me daar de mogelijkheden niet voor te bieden”, zegt Rosy in het in april postuum verschenen boek over zijn leven ‘Rosy, c’est la vie!’. “Door tegenover hen een slechterik van enige proportie, van topklasse, te plaatsen, dacht ik ook Baard en Kale zelf omhoog te trekken.” Het na te volgen voorbeeld daarbij was Fantômas, de grote slechterik uit zijn jeugd, en de vilain waar hij aan het einde van de rit mee op de proppen kwam ging door het leven als Stomp (Monsieur Choc voor de Franstalige lezers). “Ik wilde uiteraard dat zijn gezicht en zijn identiteit een mysterie zouden blijven. Fantômas veranderde voortdurend van gezicht, maar daar zou de lezer van ‘Baard en Kale’ zich in verloren hebben. Ik dacht toen aan de helm van een ridder. Samen met de smoking, geeft dat een haast aristocratisch, plechtig ensemble. Stomp, is dat niet de prins van de misdaad?”

Stomp mocht dan zijn eigen gezicht niet prijsgeven, hij zou wel het gezicht van de reeks gaan bepalen en een belangrijk ingrediënt voor de succesformule van ‘Baard en Kale’ worden. Het is geen toeval dat in nogal wat van de beste albums uit de reeks Stomp een belangrijke rol opeist. Rond ‘Baard en Kale’ is in het Nederlands de voorbije jaren vrij weinig gebeurd. In het Frans verscheen een mooie integrale in 13 delen, en die zou binnenkort een Nederlandse evenknie moeten krijgen. Nu grote fan Blutch de reeks nieuw leven mag inblazen (voorlopig voor de lengte van welgeteld één album), lijkt de interesse voor de strip in ieder geval weer toe te nemen. Als opwarmer voor de terugkeer van ‘Baard en Kale’ is er nu het eerste deel van een tweeluik over Stomp, getekend door Eric Maltaite, de zoon van de belangrijkste ‘Baard en Kale’-tekenaar Will (voor de burgerlijke stand Willy Maltaite). Hij deed een beroep op Stéphan Colman voor het scenario.


José-Louis Boquet, Maurice Rosy e.a.

‘Rosy, c’est la vie!’, Dupuis, 384 blz., €24.

(Franstalig)

7 February 2017, 11:17 Laure

M. Töpffer invente la bande dessinée (Thierry Groensteen)

Bij de Brusselse uitgever Les Impressions Nouvelles verscheen eind januari ‘M. Töpffer invente la bande dessinée’ van Thierry Groensteen, strippublicist en voormalig directeur van het Musée de la Bande Dessinée in Angoulême. Het gaat om een bewerkte editie van een boek over Töpffer dat hij in 1994 publiceerde samen met Benoît Peeters.

Groensteen gaat uitgebreid in op leven en werk van Töpffer, en probeert ook diens cruciale rol in de geschiedenis van de strip te schetsen. De vraag waarom precies Töpffer (en niet de makers van grottekeningen of het tapijt van Bayeux) de échte grondlegger van het beeldverhaal is, krijgt bijvoorbeeld veel aandacht. Daarnaast laat hij zien waar Töpffer de mosterd haalde, en wie zich dan vervolgens weer door hem liet inspireren. Achteraan zijn ook enkele brieven en theoretische teksten van Töpffer opgenomen. (TH)


Thierry Groensteen,
‘M. Töpffer invente la bande dessinée’, Les Impressions Nouvelles, 320 blz., €24. (Franstalig)

7 February 2017, 10:23 Laure
 Page 1 of 2  1  2 »