Strip Turnhout


‘Terug naar Studio Arnhem’ tijdens de Rijswijkse Stripdagen

Stripfestival De Stripdagen, dat tijdens het eerste weekend van maart plaats vindt in het Nederlandse Rijswijk, besteedt onder meer aandacht aan Studio Arnhem. De studio werd opgericht door ‘plaatjesmakers’ Hanco Kolk, Aloys Oosterwijk, Ben Jansen, Evert Geradts en René Meulenbroek. Samen vervaardigden ze onder meer ‘Otto Raaf’ voor Het Parool en ‘Ernst Vrolijk’ voor Robbedoes. Andere strips die in de studio ontstonden, waren onder meer ‘Gilles de Geus’ en ‘Willems Wereld’.
(more…)

16 February 2017, 06:00 Wouter

‘Stripgids’ opent zijn kolommen

De redactie van ‘Stripgids‘ is volop bezig met de voorbereidingen van het eerste nummer (van de derde reeks ondertussen) dat nog voor de zomer verschijnt.

Zoals elk tijdschrift dat zich respecteert, stellen wij onze kolommen open voor externe medewerkers.

Tekenaars, publicisten en journalisten die een bijdrage willen leveren aan ‘Stripgids‘ kunnen hun voorstel mailen naar redactie@stripgids.org. Kant-en-klare bijdragen zijn ook welkom.

De redactie zal alle voorstellen en bijdragen bespreken en in het geval van een gunstige beslissing contact opnemen met de (strip)auteur. Er is een gepast, maar bescheiden, honorarium voorzien.


15 February 2017, 06:00 admin

Wat Nero zo bijzonder maakt – De erfenis van Marc Sleen (Guido De Bruyker)

Er is een nieuw boek uit over de man die onze jeugd verblijdde, het op een haar of twee na kaalhoofdige dagbladverschijnsel Nero. Wij houden innig van hem, en hebben de nieuwkomer bijgevolg met belangstelling tot ons genomen. En het dient gezegd: hij oogt fraai, met zijn groot formaat, harde kaft, stofwikkel en k(l)eurige illustraties. Maar hoewel het werk overduidelijk met liefde, enthousiasme en kennis van zaken is geschreven, toch kunnen we niet anders dan kritisch zijn over wat voorligt. Er is behoorlijk wat misgelopen.

Misschien begint het wel allemaal met die liefde. Guido De Bruyker is dermate weg van zijn onderwerp en van Marc Sleen dat hij van geen ophouden weet. De titel (‘Wat Nero zo bijzonder  maakt – De erfenis van Marc Sleen’), niet bepaald catchy, voorspelt al weinig goeds, en inderdaad, uitgebreide psychologische analyses worden ons deel. Sleen is een humorist en een mensenkenner, dat moge duidelijk zijn, maar om die kenmerken tot in den treure te gaan compartimenteren en uitmelken, dat is geen goed idee. Het contrast is gewoon te groot: zo spontaan en losjes als het bij Sleen allemaal uit de pols komt, zo wijdlopig en zwaar op de hand wordt het bij De Bruyker. En de auteur schuwt daarbij de herhaling en de overdrijving niet. Op pagina 16 wil hij Sleen geen profetische gaven toedichten, waarna hij een volle kolom nodig heeft om uit te leggen dat die met de Ark van Nero in 1952 toch maar mooi de watersnood van 1953 heeft voorspeld. En op pagina 101 brak ons werkelijk de klomp, toen we lazen dat “heel wat verhalen elementen [bevatten] die er een cruciale rol in spelen, die het in sommige gevallen een andere wending geven, of elementen ook waar het hele verhaal om draait.” Commentaar overbodig, toch?

Ook met zijn enthousiasme hebben wij het moeilijk. De schrijver stapt resoluut van het ene stijlbloempje naar het andere. Zo heeft hij het over “de vroege verhalen, met hun rijke imaginatie en de talrijke personages die in een swingend ritme een originele mix van koldereske en realistische avonturen beleven” (p. 16). Een nuchtere vaststelling volstaat maar zelden: de uitroeptekens, in wezen een onderschatting van de intelligentie van de lezer, je struikelt erover, vooral in de onderschriften. Om een schijn van objectiviteit op te houden vermeldt De Bruyker plichtsgetrouw enkele gebreken en minpunten van Sleens oeuvre. Telkens opnieuw blijken dat binnen de kortste keren kwaliteiten te zijn. Verliefd tot over zijn oren, we kunnen het niet anders uitleggen.

Geen kwaad woord over De Bruykers kennis van zijn onderwerp. Die is indrukwekkend. Toch gaat hij ook hier echt wel tot het gaatje. Wie heeft er iets aan een loutere opsomming van vijftig titels om te bewijzen dat Sleen zijn nevenfiguren overtuigend weet neer te zetten (p. 27-28)? Wat ook al niet helpt is de lange reeks slordigheden die we in de loop van onze lectuur voorgeschoteld kregen. Ze zijn van heel verschillend allooi, de ene al storender dan de andere. We vermelden er maar een paar: meervoudig onderwerp/enkelvoudig werkwoord of omgekeerd (p. 13, 56, 99, 113), foute splitsing in lettergrepen (p. 22), inconsequent gebruik van hoofdletters en cursivering, fout kommagebruik (het hele boek door), c/k (p. 78), lay-outfratsen (p. 20), de onvermijdelijke -dt (p. 107), enzovoort.  Waar zat de professionele nalezer van Snoeck bij het ter perse gaan? Noch inhoudelijk, noch qua taal heeft hier iemand op de rem gestaan. Dankzij de vele illustraties en de mooie vormgeving blijft dit een geschikt salontafelboek, maar veel meer kunnen we er, alle inspanningen van de auteur ten spijt, echt niet van gemaakt krijgen. Jammer.

Guido De Bruyker                                                                                                                                                      
‘Wat Nero zo bijzonder  maakt – De erfenis van Marc Sleen’, Snoeck, 178 blz., €30.

14 February 2017, 13:31 admin

Veertig jaar Kiekeboe

Op 15 februari 1977 verscheen in Het Laatste Nieuws de eerste strook van ‘De Wollebollen’, het eerste verhaal van een nieuwe Vlaamse stripreeks. De hoofdpersonages zijn Marcel Kiekeboe, zijn vrouw Charlotte en zijn kinderen Fanny en Constantinopel. De tekenaar is Robert Merhottein, pseudoniem Merho, die de knepen van het vak leerde bij Willy Vandersteen.
(more…)

15 February 2017, 06:00 Wouter

Blake en Mortimer 22: De Septimus-Golf (Jean Dufaux, Antoine Aubin & Etienne Schréder)

De ogen zijn te groot. Het viel me onmiddellijk op toen ik de personages in close-up of Italiaans plan zag. Het zegt op zich niets. Maar het geeft wel aan dat de versluierde verwondering van Jacobs’ hoofdfiguren een andere, bewustere dimensie krijgen. En laat nou net die abstrahering van half-slapende gezichtsuitdrukkingen de sfeer en de diepgang geven die van Mortimer en Blake iconische figuren uit de jaren vijftig van de vorige eeuw maakten.

Wil dat zeggen dat ‘De Septimus-Golf’ een mislukking is? Nee. Scenarist Jean Dufaux heeft zich in bochten gewrongen om het scenario tegelijk puur Jacobsiaans en uitdagend te maken. De tekenstijl van Aubin en Schréder leunt dichter aan bij de vroege Jacobs, dan wat heel wat navolgers van de grootmeester hebben gerealiseerd. ‘De Septimus-Golf’  is in een ander bedje ziek: Jacobs’ onbevangen verwondering van jongens-en-wetenschap ontbreekt. Want hoe goedbedoeld de hier gemaakte variatie op ‘Het Gele Teken’ ook mag zijn, Jacobs heeft geen behoefte aan arrangementen. Wel aan een nieuw geladen inspiratie. En die ontbreekt.

Je kunt Dufaux niet van enige verbeeldingsarmoede beschuldigen. Wel heeft hij teveel hooi op zijn vork willen nemen. Hij heeft het te goed willen doen. Dat is jammer, want Dufaux heeft een intrigerende vernieuwing geïntroduceerd. De eeuwig goede – in casu Mortimer – verschuift wat Faustiaans naar wetenschapspervertering als hij zelf de effecten wil uitzoeken van hersenmanipulatie. Omgekeerd blijkt Olrik toch in zijn zwarte hart een weke plek te  bewaren die hem menselijk maakt. Mortimer zal uiteindelijk toegeven: “De hoogmoed heeft me weer eens laten zondigen.” In die grijze zone ontmoet hij zijn eeuwige tegenstander, zijn tegengestelde zielsverwant Olrik. Beiden willen Septimus, de kwade genius, iets betaald zetten: de eerste vanwege nooit bevroede inzichten, de tweede vanwege wraak om als Guinees biggetje misbruikt te worden. Niettemin ontmoeten ze elkaar ergens halverwege.

Er ontstaat een zekere objectieve verstandhouding, die amper wederzijds begrip en sympathie verhult. Gelukkig is er altijd de onthechte, plichtsbewuste modelambtenaar Blake. Hij conserveert moeiteloos het moreel dilemma dat de goede en de slechte beheerst. De engelbewaarder die toeziet op de vermenselijking van goed en kwaad.

Dufaux put bijna dwangmatig uit het oeuvre van de meester (en dus ook uit ‘Het gele teken’), en uit verwante bronnen. Zo  komt de hele Londense ondergrondse rechtstreeks uit de film ‘Quatermass and the Pit’ uit 1967, die zelf weer kundig voortbouwt op een BBC-televisieserie van eind jaren 50. De filmgeschiedenis laat nog andere sporen na. De vermenigvuldiging van de Septimuskoppen (op drie plaatsen in dit album) is zo gegrepen uit ‘Die Tausend Augen des Dr. Mabuse’ van Fritz Lang uit 1960. De hypnotische evenwichtsstoornissen zitten ingebakken in Hitchcocks film noir ‘Vertigo’ uit 1958. De muurschaduw boven de  ingezakte trouwe bediende Nasir (blz.15) is een getrouwe kopie uit de film ‘Nosferatu’  uit 1922 van Murnau, wiens gruwelijke graaf, gespeeld door Max Schreck, als naam “Orlok” meekreeg. Orlok – Olrik, hoofsheid en boosheid, ze gaan hand in hand. De overdaad aan interne knipoogjes en intertekstuele verwijzingen verzwaart de plot, die geregeld stremt.

In zijn totaliteit is dit album evenwel met té goede bedoelingen gemaakt, het is over de top getild. Dat wil niet zeggen dat het een mislukt album is. Van de reeks navolgingen hoort het zeker bij de meest geslaagde. Maar minder pose, minder grootspraak, en een afgeslankte plot zouden zeker de karakteruitdieping ten goede zijn gekomen. Nu blijft het harken om de eenheid van verhaal te behouden. Dufaux lijkt me hoe dan ook meer thuis in werelden als die van ‘Murena’, ‘Jessica Blandy’ of ‘De Klaagzang van de Verloren Gewesten’, dan in het zeer naar binnen gekeerde, eigenzinnige universum van Jacobs.

Het 22e album van ‘Blake en Mortimer’ mag bijgezet worden als fraaie namaak, niet als een archeologische schat. Veel bombarie, weinig opera (in de zin van ambachtelijkheid der werken). Vrouwentongen en namaakchinees porselein, geen jade. En daar smachten we toch al een kwarteeuw naar, sinds Jacobs’ dood in 1987. (Lukas De Vos)


Jean Dufaux, Antoine Aubin & Etienne Schréder

‘Blake en Mortimer 22: De Septimus-Golf’, Blake & Mortimer, 70 blz., €9,50.

14 February 2017, 15:40 admin

Parijse primeur: standbeeld van René Goscinny

22 January 2020, 12:58 Roel

Pirana overleden

20 January 2020, 20:51 Roel

Tip: Festival van het geschreven woord

16 January 2020, 11:24 Roel

Expo Simon Spruyt: De tempel ontheiligd

15 January 2020, 19:58 Roel

Save the date: Fandag van De Fameuze Fanclub

11 January 2020, 20:11 Roel

Rock Paper Pencil Games & Comics Festival

15 December 2019, 15:52 Roel

Freaks in Schaarbeek

6 December 2019, 11:13 Roel
Sluit

Stripgids Nummer 6!

Met artikels over 20 jaar uitgeverij Bries, de (schrikwekkende) ontlezing bij pubers, de kijk van Zidrou op de jongste lichting aan St-Lukas Brussel afgestudeerde stripmakers, het beeld van ouderen in de strip, een kijk op 60 jaar avonturen van de Rode Ridder, de comeback van de ‘X-Men’, strips op Instagram, de jarige ‘Billie & Bollie’, een stevig dossier over de Italiaanse strip, een interview met Ulli Lust én een daverend katern van en met Serge Baeken. Er is ook nieuw werk van Steven Dupré, Céline Hudréaux, Gwen Stok, Sam Peeters en het debuut van Dieter De Schutter. En nog véél meer.

180 pagina’s leesplezier, vanaf eind oktober overal te verkrijgen.

Wil je het helemaal makkelijk maken? Neem dan een abonnement. Dan valt jouw exemplaar netjes in de bus en mis je geen enkel nummer.

Met een abonnement krijg je bovendien fijne verrassingen. Je leest het goed, verrassingen – meervoud.


Ontdek hier ons onweerstaanbare aanbod Naar de startpagina